Nostalgie

“Mama, hoe ziet Marokko er eigenlijk uit?” vroeg mijn kleine man uit het niets, toen we in de auto zaten richting de supermarkt. Voordat ik antwoord kon geven, stond zuslief al paraat met haar verhaal: ’.

“Nou Nordin, in Marokko is het heel warm en de mensen daar spreken geen Nederlands hoor. De mensen daar zien er ook allemaal uit als henna en jeddi”. Henna en jeddi zijn de benamingen voor oma en opa in het Marokkaans. Zo noemen ze mijn ouders. Toen ik haar wilde aanvullen, ging ze nog verder: “Mama is daar geboren hè Noor, wist je dat?”

[divider]

Marokko

Dit gesprek wordt gevoerd naar aanleiding van ons reisje naar Marokko. Marokko, het land waar niet alleen ik, maar al mijn broers en zussen ook geboren zijn. Het land waar mijn enige oma nog woont, waar mijn twee zussen en broer nog steeds wonen. Het land waar ik als kind vanzelfsprekend naar toe ging in de zomervakantie. Niet elke zomer, maar om de zomer. Elk jaar was niet te betalen voor mijn ouders. Om het jaar kocht mijn vader een ‘nieuw’ busje. Ja, met gordijntjes en ja, soms met een koelkast op het dak, goed vastgebonden met touw en daar overheen een oranje zeil.

We gingen nooit alleen, maar altijd met andere familieleden. Twee of drie gezinnen vertrokken hartje zomer vanaf Rotterdam om duizenden kilometers verder te arriveren in het geboortedorp. Mobiele telefoons waren er toen niet, raakten we elkaar kwijt dan was de afspraak steevast: rij maar door, we zien elkaar dan wel bij de boot in Almeria. Vaak heb ik me geschaamd. Vriendjes en vriendinnetjes gingen naar de camping (ik had geen idee wat dat was) of op vakantie naar Spanje of Portugal. Ik stapte met tig broers en zussen in een foeilelijk busje met oranje zeil er overheen. Ja, de busjes hadden ook altijd gordijntjes, die moesten de hitte van de Spaanse zon tegenhouden. Airco bestond toen wel, maar niet in onze busjes.

Tijdens de reis hadden we altijd vaste stopplekken, daar gingen wij dan even spelen, mama maakte wat eten klaar op het gasstelletje dat ook meeging. Dan hadden we toch wat warms.  We konden moeilijk vier dagen lang alleen maar brood eten. Papa zocht een beschut plekje om zo goed als het kon zijn kleedje uit te rollen en zijn gebed te verrichten. Na duizenden kilometers kwamen we aan op de plaats van bestemming. Volledig gesloopt van de vermoeiende en lange reis. Maar wat waren de welkoms warm en hartelijk. Opa’s, oma’s, nichtjes, neefjes, ooms en tantes: iedereen bleef op om ons te zien arriveren.

Nog één keer…

Mijn kinderen zijn er niet geboren. Zij hebben het levenslicht gezien in Rotterdam. Dat maakt dat ze Nederlands zijn. Met hun blauwe ogen en blonde haren ogen ze ook Nederlands. Oh ja, ze dragen ook de Nederlandse achternaam van hun vader. De Marokkaanse taal zijn ze niet machtig, de Nederlandse spreken ze vloeiend. Daar hebben zij niet voor gekozen, het overkwam ze.

Binnenkort reizen we dus af naar Marokko. Ze zullen de mensen niet verstaan en waarschijnlijk zullen ze ook bepaalde gebruiken vreemd vinden. Toch kan ik niet wachten om hen mijn prachtige geboorteland te laten zien en te laten meemaken. De hitte die je tegemoet komt op het moment dat je het vliegtuig uitstapt. De smalle winkelstraatjes waar heerlijke kruiden op parmantige wijze gepresenteerd worden. De mooie stranden waar je kunt genieten van de ondergaande zon. De verse visjes die in de ochtend gevangen worden en in de middag op je bord liggen. De overheerlijke tagines waarvan de geuren je al tegemoet komen als je de straat op loopt. De muezzin die meerdere keren per dag oproept tot het gebed. De ezels die onverwachts de drukke straat oversteken. Kortom, genieten van het land waar deels ook hun roots liggen en waar ze hopelijk vaak zullen terugkeren. Want hoe je het ook wendt of keert, destijds schaamde ik me voor de busjes met gordijntjes, maar nu kan ik het met slechts één woord omschrijven: nostalgie. Ik zou er alles voor over hebben om nog één keer zo’n reisje te mogen maken!

[divider]

Saartje van Tol