Clichés

Clichés hebben de naam stom te zijn. Zo ook het cliché ‘de tijd vliegt’ of ‘geniet er maar van nu ze nog zo klein zijn’.

Afgelopen week bedacht ik me dat de tijd vloog en ik vroeg me tegelijkertijd af of ik wel genoeg genoot. Toch is het zo dat clichés vaak wel waar zijn. Dat besef kwam op het moment dat ik de inschrijfformulieren van onze kleine man aan het invullen was. De formulieren voor de basisschool. Inderdaad, de tijd vloog. Onze jongen gaat na de zomervakantie naar school.

[divider]

School en High Five

Dat betekent dat hij vaarwel moet zeggen tegen zijn lievelingsjuf op de crèche en zijn vriendjes en vriendinnetjes daar. Dat betekent dat hij straks peuter af is en kleuter wordt. Dat betekent dat we straks niet één ‘tienuurtje’ maar twee ‘tienuurtjes’ klaar moeten maken. Dat betekent dat hij niet twee dagen weg van huis is, maar vijf. Op zich niet erg, kinderen wennen erg snel. Maar de angst bekroop me ook een klein beetje. Het betekent namelijk ook dat hij nu echt zijn eigen billen moet afvegen (nu roept hij nog altijd triomfantelijk ‘maaaamaaaaaaaaaa, ik ben klaar!’), zijn eigen schoenen aan en uit moet kunnen trekken en zijn jas zelf dicht moet kunnen ritsen.

Het scheelt dat we het proces al een keer doorlopen hebben. Zijn zus zit al op school en ik weet zeker dat ze zich over hem zal ontfermen, hem zal behoeden voor het kwade en hem zal stimuleren tot het goede. Ook weet ik zeker dat ze dat fanatieker zal doen dan hem wellicht lief is.

De broeder/zusterliefde zit bij die twee wel goed. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ze elkaar altijd het licht in de ogen gunnen, maar gelukkig hebben de geluksmomenten vele malen de overhand. Bij alles wat hij voor het eerst kan of doet staat zij vooraan om hem een high five of een megaknuffel te geven.

“Mamaaaa ik zei toch laat maar los!”

Zo ook een aantal weken geleden toen hij per sé zonder zijwieltjes wilde leren fietsen. Ik had de hele winter door de belofte gedaan dat zodra het lekker weer werd, we het gingen proberen. Dan komt er een dag dat je er niet onderuit komt. Mooi weer, geen wolkje te bekennen, papa en mama allebei vrij. Wat let ons? De wieltjes gingen er af en ik haalde mijn stevigste sjaal tevoorschijn. Nee, niet omdat het toch te koud was maar om ‘m constructief om zijn kleine lijfje heen te wikkelen zodat ik niet hem, maar de sjaal vast had tijdens het oefenen zonder zijwielen. Zijn zus stond op haar fiets al klaar om mee te fietsen. Geen goed idee vond ik, want als hij valt zou zij dat zien en dat zou weer niet leuk zijn etc. etc. Ze was vastberaden, ze fietste mee.

Ik besloot me op hem te concentreren. Hij stapte op en zei: “Hou me goed vast hè, mama!” Ik weet niet wat je denkt, maar ik laat je voorlopig niet los hoor, dacht ik. Bij zijn zus heeft het denk ik twee maanden geduurd voordat ik mocht loslaten. Ik drong zelfs aan, want ik wist dat ze het al kon, alleen zij durfde gewoon nog niet. Ik liet pas los op het moment dat het van haar mocht. Zekerheid dus. Toen ik losliet, ging ze ook. Nu met de zoon ging het net even anders. Na twee keer heen en weer te hebben gefietst riep hij: “Laat maar los hoor!” No way dacht ik en bleef stevig vasthouden en meerennen, onderwijl “Nee, Nordin is nog veel te gevaarlijk!” roepend. Hij nam daar geen genoegen mee en riep nu nog vastberadener “Mamaaaaaa ik zei toch laat maar los.”

Dan gaan er in een paar seconden een hoop gedachtes door je heen. Twee keuzes had ik: niet loslaten en het gehuil en weerstand voor lief nemen óf loslaten en hem flink laten vallen, pleister op de wonden en troosten, maar dan wist hij in ieder geval dat hij het echt nog niet kon. Ik ging voor de tweede optie. Ik kende hem ondertussen namelijk iets te goed. Hij zou het later op de dag toch weer proberen af te dwingen. Voorzichtig, al fietsend, haalde ik de sjaal weg en hield ‘m aan zijn kraag vast. Maar ook zijn kraag liet ik los en ik moest mezelf bedwingen om niet mijn ogen te sluiten om de valpartij niet te hoeven aanschouwen. Ik liet los en hij fietste. Hij fietste zonder zijwieltjes en zonder sjaal en zonder dat ik hem vasthield bij zijn kraag. Hij fietste gewoon! Euforisch moment. Zijn zus stond al klaar om de bekende high five en de megaknuffel te geven. Daarna kreeg ik uiteraard nog te horen: “Zie je nou mama, ik zei toch dat je moest loslaten?” Zucht……..

[divider]

Saartje van Tol